Eerst iets over mijzelf. Mijn naam is Hans Vons. Jongste zoon van Arie Vons. Mijn broers, Gerrit Kok en Aad wonen nog wel op het dorp maar voor mij is het inmiddels 50 jaar geleden dat ik Leiderdorp heb verlaten. Ik heb 19 jaar in Delft gewoond en inmiddels woon ik alweer 31 jaar met veel plezier in ‘t Gooi in de plaats Huizen. Ik ben dit jaar 50 jaar getrouwd. Ik heb een zoon en dochter, beiden met aanhang en 5 kleinkinderen.
RCL stond bij mijn vader Arie Vons in een hoog vaandel! Net zoals de vrijwillige brandweervereniging “Steeds paraat”. Dat was echt zijn passie! Maar voor RCL stond Arie ook altijd paraat. Arie stond daar niet alleen in. Arie betrok zijn hele gezin erin mee.
Mijn moeder, mijn 3 broers en ik hebben heel wat vrijwilligersuren voor RCL gemaakt. Maar hebben dat wel met veel plezier en liefde voor de club en onze vader gedaan. En dat verhaal wil ik vertellen voor het jubileumboek van RCL.
Ik schrijf vanuit mijn herinnering.
Rond 1959:
Het moet ongeveer eind jaren 50 geweest zijn dat
Arie al actief lid was bij RCL. Ik was toen zelf 7 jaar. Arie ging toen al met mijn twee oudste broers, vanaf de Koningstraat op de fiets naar de Hoogmadenseweg waar toen 1 voetbalveld met clubhuis van RCL was gesitueerd. Er moest gewit en geschilderd worden in het clubhuis. En aan het eind van de dag dat mijn broers dan thuiskwamen, kon je aan hun haren en kleding duidelijk zien welke kleuren de kleedkamers hadden gekregen. Eén van mijn broers kreeg de opdracht van mijn vader om het kleedhok van de scheidsrechter helemaal te witten. Het was een hok van anderhalf bij anderhalf en 3 meter hoog en zonder ramen voor daglicht. Je zou het nu in deze tijd geen scheidsrechter durven aanbieden om zich er in omtekleden.
Maar het was lachen want toen mijn broer klaar was met witte, was hij zelf net zo wit als het scheidsrechtershok.
De eerste uitbreiding:
Vader Arie had een functie bij RCL. Hij zat in het bestuur en was Commissaris van materiaal.
Zijn geboorteplaats was Vlaardingen waar hij dan ook heeft gevoetbald. Bij RCL heeft hij zich hoofdzakelijk bemoeid met bestuur en het technische deel van de vereniging. Toen wij in 1963 gingen verhuizen naar de Akkerstraat, en de welvaart toenam kwam er ook meer vooruitgang bij de voetbalclub. De accommodatie werd te klein dus er moest uitbreiding komen. Aan het bestaande clubhuis werd een kantine gebouwd. Met een echte bar erin en die werd dan weer gesponsord door een bekende bierbrouwer. Er was iemand binnen de vereniging die op de schoorsteen van de kantine een prachtige muurschildering had getekend en ingekleurd van een voetballer in de aanval. Een mooie blikvanger.
Iedereen was heel blij met het eindresultaat en de opening werd uiteraard gevierd met een feest in de nieuwe kantine. Onze privé-radio met pick-up werd naar de kantine getransporteerd en ik draaide de grammofoonplaatjes waarop stevig geschuifeld en gedanst werd. Het was één van mijn eerste vrijwilligerservaring voor RCL en vond het prachtig. De kantine werd verpacht! Aan het Noordeinde in Leiden zat de toen bekende snackbar Hooki Pooki! De eigenaar daarvan pachtte de kantine met achter de bar het echtpaar Lieshout.
Tombola:
Als, na alle gespeelde wedstrijden Wik van de Wijngaard de kantine binnen kwam werd het altijd feest! Wik had een Cash en carry zaak in Leiden en nam een aantal leuke artikelen mee om te verloten. Een echte tombola! Hiermee werd natuurlijk geld verdiend voor de clubkas en dat kwam weer heel goed van pas. Want de nieuwe kantine moest wel afbetaald worden. En Wik werd door iedereen op handen gedragen. Hij was een echte entertainer. Onder het genot van een biertje kreeg Wik spelers, suporters en iedereen die in de kantine aanwezig was super enthousiast om veel loten te kopen. En de sfeer werd steeds gezelliger. Wik kon dat echt heel goed!
Oliekachel:
In de nieuwe kantine werd door mijn vader een oliekachel geïnstalleerd. Arie werkte bij Scheepswerf Boot Leiden. En om kosten te besparen, knutselde hij daar een oliereservoir met toevoerleiding. Zo kwam RCL de toen nog koude strenge winters door. De stookolie was goedkoop maar moest wel ingekocht en getransporteerd worden. De plaatselijke en bekendste olieboer op het dorp was Roel Marbus. Ook wel bekend als Roel kip.
Supporters met een auto, en die waren er in die tijd nog niet zo veel, reden in het begin met een viertal lege jerrycans van 20 liter per stuk naar de Doesbrug om bij Roel bij te tanken. Wik van de Wijngaard had een busje en deed dat vaak. Tot op een zeer koude winteravond de kachel er mee stopte. De olie was op! En mijn vader werd gebeld. Hij vroeg toen aan mij of ik olie wilde halen bij Roel.
Ik vond het een uitdaging! Want ik was net 16 en had een brommer. Ik ging met 2 jerrycans, links hangend aan mijn buddy- zit en 2 rechts, met in totaal 80 liter stookolie over de weg vanaf Roel naar de Hoogmadenseweg in het donker, soms glad en sneeuw op de weg en door de ijzige kou. Ik heb het nooit erg gevonden. Terugkijkend “levensgevaarlijk” maar dat zagen we toen niet. Er was toen nog geen helmplicht, Boa’s bestonden toen nog niet. En de enige politieagent op het dorp (Bert Luik) voetbalde bij RCL. Ik denk dat iedereen een oogje dichtkneep.
Waar blijven de facturen:
Eens op een bestuursvergadering bij ons thuis kwamen de cijfers aan bod. Jack van de Linden, de penningmeester van de club, vroeg aan mijn vader of hij aan Roel wil vragen om de rekeningen van de oliekachel. Mijn vader keek verbaasd want ik haalde al een paar winterse maanden olie bij Roel. Maar Jack had nog nooit een rekening gezien. Mijn vader vroeg aan mij om Roel te activeren om de rekeningen van de stookolie te sturen aan de penningmeester!
Toen ik dat aan Roel vroeg was zijn antwoord, en ik hoor het hem nog zeggen:” Ach Hans,…….die jongens moeten toch ook kunnen voetballen!”
Zo was Roel! Ongelooflijk goed voor deze wereld!
Onverwachts vorstvoorspelling:
Zoals ik al vertelde, de winters waren streng en de weersvoorspelling hooguit 1 dag vooruit.
Het gebeurde dat Arie en ik ‘s avonds in het donker naar het RCL-terrein moesten om dat er die komende nacht vorst was voorspeld. Dan moesten alle leidingen van de douches worden afgetapt om bevriezing te voorkomen.
Droge zomers:
De winters waren strenger dan nu en er waren ook droge zomers. Het gras van het hoofdveld verdroogde en verbranden snel. Dan werd er door de gemeente een centrifugaalpomp buiten het hek geplaatst en water uit de sloot opgepompt. Mensen van de gemeenten afdeling groenvoorziening besproeide om de twee dagen het veld. Als ik op een woensdagmiddag vrij was van school ging ik in m’n eentje het veld besproeien. Alleen al de pomp starten vond ik al geweldig. En dan een beetje de brandweerman uithangen. Prachtig vond ik het!
Uitbreiding voetbalvelden:
Het aantal leden groeide en daardoor moest er meer ruimte aan grasland komen om te voetballen. Aan de achterzijde van de accommodatie zat de korfbalvereniging Velocitas. Zij verlieten deze plek en RCL kreeg er een oefenveld inclusief kleedkamers bij. Toen boer Samson kwam te overlijden werd de boerderij afgebroken en het weiland (naast het zogenoemde zwarte pad) waar eens de koeien op liepen werd voetbalveld voor de pupillen. Dick de Haas zal zich dit ongetwijfeld nog kunnen herinneren want hij was trainer/jeugdleider zover ik weet.
Nieuwe lichtmast erbij:
Ook aan de overzijde van de hoogmadenseweg werd een 2e hoofd en trainingsveld gecreëerd.
Daar was toen geen verlichting om ‘s avonds te trainen. Maar Arie Vons stond paraat. Via Scheepswerf Boot in Leiden kon hij aan buizen komen. Deze werden afgeleverd bij Henk van Egmond. Henk had toen een rozenkwekerij aan de Tuinstraat. Henk had opslag en werkruimte genoeg om de buizen trapsgewijs aan elkaar te laten lassen en te schilderen. Bovenop de mast werd een enorme lampbak gemonteerd. En dat las en schilderwerk deed Arie zelf, samen met mijn broer Kok. En ik hielp mee met het schilderwerk.
Lasapparatuur had Henk op het tuindersbedrijf en dat mocht gebruikt worden. En ik denk dat Henk nooit iets betaald heeft gekregen voor het verbruikte gas. Zo ging dat vroeger.
Op het voetbalveld werd een zware fundering gestort. Tijdens het speciale transport naar de hoogmadenseweg, werd de laatste handeling verricht aan de fundering waarop de mast gemonteerd moest worden. Met behulp van een grote kraan zou dan de mast op zijn sokkel geplaatst worden. Maar de bijzondere lamp, die er eest erin moest, was niet ter plaatse. Deze lag nog bij ons thuis.
Mijn vader vroeg toen aan mij of ik de lamp even wilde ophalen. “Doe wel voorzichtig hoor want die lamp kost 1000 gulden” zei hij. Dat mijn vader mij dit toevertrouwde begrijp ik nog steeds niet. Want ik had geen tassen of middelen om die doos met lamp van zoveel geld te vervoeren. Als ik hem was geweest had ik iemand met een auto gestuurd. Maar goed! Thuis startte ik mijn brommer, legde de lamp op mijn benzinetank. Het was een schakelbrommer dus had beiden handen nodig voor de bediening. Dus lag de doos tussen mijn armen geklemd. Hoe ik het voor elkaar heb gekregen weet ik niet meer maar de lamp is goed overgebracht! En het resultaat van de verlichting was verbluffend. 1 lamp die het hele voetbalveld verlichtte.
Vlaggenmasten:
Na het succes van de lichtmast kreeg Arie zin om op elke hoek van het hoofdveld een Vlaggenmast te creëren. De oude houten Vlaggenmasten waren verrot. Er was er nog 1 die bruikbaar was.
Na goedkeuring van het bestuur regelde hij alle benodigde buizen via Scheepswerf Boot in Leiden. Henk van Egmond stond weer paraat om de Lasapparatuur ter beschikking te stellen. En samen met mijn broer Kok werden 4 vlaggenmasten gecreëerd. En ik pakte de verfkwast weer op om te schilderen.
En elke zaterdagochtend wapperde er 4 vlaggen in top rondom het hoofdveld. Het zag er altijd feestelijk uit en mijn vader was trots op zijn gecreëerde vlaggenmasten.
Uitbreiding accommodatie:
De vereniging groeide en er was behoefte aan meer kleedlokalen, en een kleedruimte voor scheidsrechter, materiaalopbergruimte en een bestuurskamer.
Maar penningmeester en orgelbouwer van beroep Jack van de Linden had daarvoor geen geld in de kas. De gemeente Leiderdorp zou financieel bijspringen maar er werd ook iets van de vereniging gevraagd. Door middel van obligaties werd het nodige bedrag bijeengebracht en de bouw kon beginnen. Er werd een soort bouwkeet opgebouwd. Als ik woensdagmiddag vrij was van school ging ik dikwijls naar het RCL-terrein. Zelf was ik in opleiding voor timmerman dus kon ik lekker oefenen. Ton Degenaars was de uitvoerder en gaf mij timmeropdrachten. Toen het gebouw gereed was, ging mijn vader leden optrommelen om alles te schilderen. En toen alles gereed was, had het bestuur ook een echte bestuurskamer.
1966 : 40-jarig jubileum van RCL en cadeau:
Wat ik me daarvan kan herinneren is dat het feest werd gevierd in de stadsgehoorzaal in Leiden. Het Cocktail trio met Ad van der Gein was ingehuurd en verzorgde de feestavond. Het was een geweldig feest! De vereniging kreeg op die avond een geluidsinstallatie aangeboden van alle leden als cadeau. Deze werd geleverd en geïnstalleerd door de firma de Lange die toen op de Hoofdstraat in het dorp een Electro winkel had. Op het club gebouw werden 3 luidsprekers geplaatst. De versterker met pick-up stond in het materiaalhok. Maar er was geen discjockey. Mijn vader vond dat wel iets voor mij want ik was altijd al met muziek bezig. Dus ik werd de discjockey van de vereniging en ging elke zaterdag met mijn vader mee. Omdat de voorraad plaatjes erg beperkt was, werd er een bandrecorder aangeschaft. Zo kon ik elke plaat in de top 40 gratis opnemen en zaterdags luid over het hele dorp laten horen. Soms tot ergernis van de buurt.
Er werd een idee geopperd om reclame in te spreken want dat leverde weer geld op.
Mijn moeder sprak deze in. De muziek galmde over het dorp en vader Arie draaide de volumeknop nog eens extra hoger als het eerste elftal had gewonnen. Het politiebureau dat aan de overkant aan de acacialaan zat, kreeg telefoontjes van hun buren dat het echt wat zachter moest. Politieagent Bert Luik, die zelf ook bij RCL voetbalde kwam dan vertellen dat de volumeknop iets naar beneden moest worden bijgesteld. Natuurlijk hebben wij daar gehoor aan gegeven.
Onderhoud voetbalmateriaal:
Om te voetballen heb je ballen nodig. Leren ballen waren erg duur (45 gulden per stuk) dus die moet je goed onderhouden. Daarom nam mijn vader altijd alle ballen mee naar huis. Ik liet ze dan leeglopen zodat de spanning eraf was. En elke zaterdag opnieuw uitkiezen welke ballen nodig waren en dan weer oppompen met het handje. Jaren later kwam daar een compressor voor. Het leer van de ballen droogde uit dus regelmatig moesten we de ballen invetten met ballenvet.
En als we dan naar het voetbalveld gingen had mijn vader en ik links en rechts 2 Netten met ballen aan onze fiets/brommer hangen. En veel bekijks natuurlijk!
Reserveshirts:
Elk voetbalteam speelt in eigen shirt met de kleuren van de club. Als een tegenpartij een shirt heeft met dezelfde kleuren, moet het reserveshirt een duidelijk onderscheid maken tussen beiden teams. Dat was vroeger ook zo.
Soms waren er 33 reserveshirts op een zaterdag nodig. En wat moet je met die vieze, nat en doordrenkt van het zweet, stinkende shirts?
Daar had mijn vader wel een oplossing voor!
Hij nam ze allemaal mee naar huis. En mijn moeder (Corry) nam ze in dankbaarheid aan en zette de shirts meteen in de voorwas. Maandagochtend waste ze alle shirts met de machine. Maandag middag hingen er 33 voetbalshirts aan de waslijn te wapperen bij ons in de tuin. Dinsdagmiddag begon moeders ze allemaal te strijken en te vouwen. En zaterdag nam Arie ze weer mee naar de club voor als ze weer nodig zouden zijn. Ik weet niet of mijn vader dit ooit vooraf heeft afgesproken met mijn moeder. Ik heb haar hierover nooit horen klagen, protesteren of horen morren. Ze nam ze in vrolijkheid aan en deed gewoon wat nodig was. Nu ik dit schrijf heb ik daar echt bewondering voor. Maar zo ging dat vroeger. Liefde voor…….
Maar een aantal jaren later heeft Jan de Lange aangeboden om de reserveshirts te wassen. Hij gebruikte de vieze shirts om wasmachinedemonstraties te geven aan klanten. Jan had een Electro/witgoedwinkel aan de Hoofdstraat en verkocht ook wasmachines.
Dat was dus wel een hele verlichting voor mijn moeder.
Ik werd vrijwilliger:
Vanaf het moment dat de geluidsinstallatie was geplaatst, ging ik permanent iedere zaterdag met mijn vader mee en hielp hem met alles wat nodig was. Ballen uitzoeken die nodig waren, oppompen, transport per fiets/brommer, vlaggen hijsen, muziek maken, (ook als er een feestje was in de kantine), ballen zoeken in de bosjes en allerlei hand en spandiensten. Ik vond het leuk en deed het met plezier en vader Arie was er blij mee.
Op ballenzoektocht:
Zowel op het hoofdveld als het tweede veld werden tijdens de wedstrijden ballen over het doel heen geschoten. Deze belanden dan in de bosjes achter de doelen.
Soms konden we deze niet zo snel terug vinden dus dat deden we dan op zondagmiddag. Dan gingen wij als gezin wandelen rondom de velden en ik met mijn broers doken dan de bosjes in om de ballen te zoeken. Meestal hadden we succes en vonden de ballen weer terug.
Bestuurssamenstelling jaren 60:
Toen er nog geen bestuurskamer was werd er om beurten bij de bestuursleden thuis vergaderd.
Namen die ik mij nog herinner zijn:
Voorzitter ds. Honnef, – Penningmeester Jack van de Linden, – Commissaris van materiaal Arie Vons, – secretaris Joop Oudshoorn. Verder Jan van der Horst, – Cok Geel, – Henk van Egmond, – Dick de Haas, Jaap Rietveld.
In een later stadium werd de penningmeester vervangen door de Heer Bax. Dit zijn mensen die ik mij nog herinner als bestuursleden in die periode.
Misschien ben ik er nog een paar vergeten, hiervoor mijn excuses.
En er werd flink gerookt op die avonden. Jack rookte altijd een pijp. Aan het eind van zo’n avond stond de kamer blauw van de rook! En dat vonden we toen heel normaal in die tijd. En na de koffie werd er ook een lekker glaasje(s) gedronken.
De roodwitter:
RCL had ook een clubblad. Ik weet het niet meer zeker maar ik denk dat het om de 3 maanden werd uitgegeven.
Alle wisjes en weetjes werden daarin vermeld.
Computers waren er nog niet. Alles werd met het handje getikt op een typemachine. En het clubblad werd in elkaar gezet met nietjes. Bovenblad en onderblad was van dik roodgekleurd karton.
Maar wie gaat eigenlijk dat blad elke maand in elkaar zetten? Ik meen te weten dat de heer Pruis dit klusje een lange tijd heeft gedaan inclusief typewerk.
Maar Pruis deed ook al de voetbalpool en wilde van het blad “samenstellen “af. Mijn vader nam deze klus over en samen met mij zette we de roodwitter inelkaar.
Wij hebben dat een aantal jaren gedaan. Ik herinner mij nog één rubriek:” Wist je dat…….”
En dan ging het over iemand die grappig werd besproken zal ik maar zeggen!
Anekdotes langs de lijn:
Tijdens de wedstrijden op het hoofdveld stond het voor het clubgebouw vol met supporters. De spelers werden behoorlijk aangemoedigd om doelpunten te scoren. Jan de Jong was één van de vaste supporter die met heel veel humor het publiek wist te amuseren. Als de voorzitter Ds. Honnef met zijn zwarte brommer het RCL- terrein kwam opscheuren…….haha, nee hoor dominee kwam rustig aanrijden, dan riep Jan naar zijn medesuporters:
” Jongens pas op! Op zij allemaal! Kijk uit! Want daar komt het vliegend evangelie!”
En Jan had alle lachers weer op zijn hand.
Zaterdagochtend werden de krijtlijnen even opgefrist door de kantinebeheerder Henk van Lieshout. Dat was een vies en geen eenvoudig klusje. Het is natuurlijk de bedoeling dat de lijnen zo recht en strak mogelijk op het veld worden afgedrukt. Daar mankeerde het nogal eens aan. Suporters stonden rondom het veld maar ook precies tegenover de middelijn. Hoewel Henk s’morgens echt wel nuchter achter zijn kalkwagen liep, bevestigde het resultaat van de middelijn dat toch niet echt!!! Haha! Ik zal hier maar verder niets over schrijven want jullie begrijpen wel wat ik bedoel! En de oudleden zullen zich dit ongetwijfeld nog herinneren.
Mijn vader was altijd trots als alle vier de grote hoekvlaggen wapperde. Dus ik kreeg altijd als eerste opdracht alle vlaggen tot in de top te hijsen. Het is wel eens een keer voorgekomen dat ik een vlag perongeluk ondersteboven heb
gehangen. Wist ik veel! Hilarisch toch!!
Reclame op radio en tv was in opmars!
Het bestuur van RCL zag daar ook wel wat in want dat leverde geld op. En zo had Arie er weer een klusje bij. De reclameborden moesten gemaakt worden. Arie had overal connecties. Liet de borden maken door de firma De Wit. Zo goedkoop mogelijk natuurlijk en het liefst gratis. Ik dacht dat Arie het weer zo met de Wit had geregeld dat “afvalhout “hiervoor een oplossing werd. Zo was Arie wel! Alles voor RCL probeerde hij gratis te regelen! Ook bij de gemeente kreeg hij meestal wel verf los of andere materialen die hij nodig had voor de club. Hij zorgde ervoor dat er hangbeugels kwamen en dat de reclameborden werden opgehangen rondom het veld. Ook maakte ik reclame via de luidsprekers. Ik nam dat op d.m.v de bandrecorder. Mijn moeder sprak dan de boodschap in en ook dat leverde weer sponsoren op.
Zo kwam er ook een scorebord. Ik dacht te weten dat dit bord is geschonken door bouwbedrijf Noorlander. Digitale borden bestonden toen niet. Dus een paar tieners boden zich dan aan om het scorebord te bedienen. Als er een doelpunt was gemaakt, moest het scorebord direct aangepast worden. Maar soms lette ze niet goed op en was het scorebord niet in overeenstemming met de werkelijke score. Daar werd natuurlijk wel direct op gereageerd door de suporters.
Het pad rondom het hoofdveld was niet belegd met tegels of grind. Nee dat was voorzien van kolengruis. Als je met de fiets of brommer het terrein op reed, werd je zeker door een enorme stofwolk achtervolgt. Als je dus een hele dag actief rondom het voetbalveld had gebanjerd, kwam je gegarandeerd met zwarte p… /voeten en sokken thuis.
RCL Kampioen!
Als RCL Kampioen was geworden, werd dat natuurlijk na de wedstrijd luid, duidelijk en uitbundig bekend gemaakt in het dorp. Er was toen altijd wel iemand binnen de vereniging die een open vrachtwagen tot zijn beschikking had of dat kon regelen. Na de wedstrijd werd deze vrachtwagen aanzienlijk geladen met kratjes bier. Inclusief de spelers van het eerste elftal en het bestuur. En verder iedereen die nog een plaatsje op de vrachtwagen kon bemachtigen. Met de plaatselijke majorettes en muziekvereniging voor de vrachtwagen uit, en een hele stoet van brommers en fietsers achter de vrachtwagen ging RCL zingend en lallend door de straten van Leiderdorp. En kort daarna werd er dan weer een feestavond in de kantine georganiseerd en mocht ik de dansplaatjes weer draaien.
De verhuizing naar de Bloemerd.
Er kwam een einde aan het tijdperk Hoogmadenseweg. De Bloemerd werd het nieuwe onderkomen voor de voetbalvereniging.
Wat ik daarvan nog heb meegemaakt is niet zoveel. Wel de gesprekken over de nieuwbouw van het complex en de bouwtekeningen die iedereen kon inzien hoe het gaat worden. De Bloemerd bestond alleen nog maar uit weiland.
Volgens mijn beleving was RCL de eerste bewoner die er gesitueerd werd. Ik weet nog wel te vertellen dat het clubhuis op een iets verhoogde terp gebouwd werd. Ik weet niet of daar nu nog iets van te zien is want ik ben in geen 53 jaar meer op de Bloemerd geweest.
Een stukje verhuizing heb ik nog meegemaakt en iets van een overdracht. Maar wie toen de taak van mijn vader en mijn klusje als discjockey ging doen weet ik niet meer.
En toen de opening van het gehele complex. Natuurlijk met een geweldige feestavond waar ik ook bij was. Dat was wel het laatste wat ik met RCL heb beleefd. Ik had net verkering gekregen en mijn vriendinnetje was dan ook uitgenodigd om het inwijdingsfeest mee te maken. Het was ook nu weer een fantastische feestavond.
Daarna werd alles anders.
Mijn vader ging elke zaterdag nog steeds naar RCL. Niet meer om er te werken maar om te kijken naar de wedstrijden en contacten te onderhouden. En soms ook om aan de gezellige kaartavonden mee te doen die er toen waren. Mijn vader overleed in 1993. En ik werkte aan mijn toekomst. Trouwde in 1975 met dat zelfde vriendinnetje waarmee ik dit jaar 50 jaar getrouwd ben.
Beste mensen, ik hoop dat ik met dit verhaal een leuke bijdragen heb kunnen leveren aan het nieuwe jubileumboek van RCL. Het was voor mij ook wel weer eens even leuk om in de nostalgie van RCL te graven. Via de website van RCL kan ik een beetje bijhouden wat er in de vereniging gebeurd. Een vereniging waar ik veel mooie herinneringen aan heb die ik nooit zal vergeten.
Het gaat jullie allen goed en maak van het 100 jarig bestaan een geweldig feest. Zodat de vrijwilligers van nu over 50 jaar zo’n zelfde verhaal kunnen vertellen.
Vriendelijke groet van Hans Vons vanuit Huizen.
Oud vrijwilliger van RCL.( +/-1965 – 1971)

Hier was Arie Vons 80 jaar (1992)

Foto van Arie Vons toen hij nog actief was voor RCL!
Hij was hier ongeveer 50 jaar.

Dit ben ik, Hans Vons op 17-jarige leeftijd. 1969. In mijn vrijwilligersperiode voor RCL.

Foto van Hans Vons. Nu 73 jaar.